logo VisitDrama

house

George Eliot - pseudonieum voor Mary Ann Evans (22 november 1819 - 22 december 1880) george_elliot2

George Eliot was het pseudoniem van de Engelse schrijfster en dichteres Mary Ann Evans (Nuneaton, Warwickshire, 22 november 1819 – Londen, 22 december 1880). Ze was ook journalist en vertaler en behoort tot de toonaangevende schrijvers van het Victoriaans tijdperk.

Mary Ann Evans geboren in 1819 in het Arbory Park ("Griff") in Astley nabij Coventry, was de getalenteerde dochter van Robert Evans. Haar vader was de Warwickshire makelaar voor de graaf van Lonsdale en het model voor zulk karakters als Adam Bede (dit was Charles Dickens’s bijnaam voor de schrijver uit 1859). Uit zijn voorgaande huwelijk had Robert Evans een oudere dochter en zoon.

Bij haar moeders overlijden in 1836 was ze de enige vrouw in het huis, waardoor ze haar vaders huishoudster werd. Politiek en sociaal conservatief bepleitte haar vader echter een religieuze conformiteit naar de buitenwereld voor Mary Ann die zelf echter non-conformistisch dacht, ook al was haar vader niet echt religieus.

Door de invloed van een schoollerares, was ze een enthousiaste evangelische die de Calvijnse leer van de uitverkorenen verkoos. Mary Ann’s tante van moederskant was een Wesleyan (methodist) die haar geloof in vrijwilligerswerk uitte, een leer van persoonlijke verlossing waar het cavinisme in tegensprak. Toen haar vader met pensioen ging in 1841, nam haar broer Isaac het werk over en zij en haar vader verhuisden naar een huis in Coventry. Hier sloot ze zich aan bij een groep van intellectuelen bij Charles Bray in hun historische studie van de bijbel. Onder hun invloed en door haar eigen lezing werd Mary Ann sceptisch. Een conflict met haar vader ontstond toen ze weigerde voortaan de reguliere Anglicaanse kerk te bezoeken. Na enig argument gaf ze echter toe. Ze verzorgde trouw het huis voor haar vader tot aan zijn dood in 1849.

Nu op 30 jarige leeftijd, werd ze beschouwd als te oud voor het aangaan van een huwelijk. Vanuit haar vaders erfenis ontving ze een jaarsom van £100,00, een bedrag wat haar een zekere onafhankelijkheid gaf. Haar religieuze scepsis werd getemperd door haar erkenning dat haar vader gewoon te oud was om zijn standpunt te wijzigen. Maar geleidelijk aan ontwikkelde ze, ondanks haar conformiteit in de jaren 1840, een ympathie met enige religie die troost voor menselijk leed zou kunnen bieden.

In 1850, reisde ze voor het eerst naar het vasteland in gezelschap van de Brays, bij haar terugkeer naar Engeland, begon ze te schrijven voor het prestigieuze Westminster Review, waarvoor ze adjunct-hoofdredacteur werd in 1851. Nu een lid van de Londen literaire kring waaronder ook Herbert Spencer en George Henry Lewes, vertaalde ze Feuerbach’s Essentie van het christendom uit het Duits (1854)—het enige boek dat haar echte naam draagt.

Rond deze tijd, ging ze een relatie aan met haar hoofdredacteur Henry Lewes, wiens vrouw hem had verlaten met hun drie kinderen vanwege een eerder buitenechtelijke relatie.
Mary Ann's afwijzing door haar familie en vrienden over haar relatie met Lewes is later weerspiegeld in The Mill on the Floss (1860). Lewes sympathiseerde Mary Ann's persoonlijke, intellectuele en artistieke strijd. Hij moedigde haar aan om fictie te gaan schrijven: “Scenes uit het kerkelijke leven”, geserialiseerd in Blackwood's Magazine (1857). Hij voorzag haar van materiaal en bewerkte haar schrijfwerk. Hij was een 'Positivist' — een volger van de filosofie van August Comte, die had gesteld dat er sprake was van drie hiërarchische leeftijden, t.w. animistische, metafysische en positivistische (= waarheid uit onderzoek van feiten).  Dat er een nieuwe schrijfster van groot formaat was opgestaan werd bevestigd bij het uitkomen van het enorm populaire boek Adam Bede (1859).

Ze gebruikte veel van haar eigen ervaringen in haar boeken. Ze nam een mannelijk pseudoniem aan om, naar eigen zeggen, te verzekeren dat haar werk serieus genomen zou worden. Vrouwelijke auteurs werden in die tijd wel gepubliceerd onder hun eigen naam, maar Eliot wilde ontsnappen aan het stereotype van vrouwen die alleen luchthartige romans kunnen schrijven. Een mogelijk bijkomende reden was dat ze haar privéleven wilde beschermen en schandalen wilde voorkomen in verband met haar onconventionele relatie met de getrouwde George Henry Lewes. Ze was 20 jaar met hem samen en hij overleed in 1878.

Haar scherpzinnige visie en kritiek op Austen en Dickens waren dicht bij moderne opvattingen. En toch zijn er in haar literaire bedoelingen waardering van de goedheid, de perceptie van de werkelijkheid, en de precisie van meningsuiting opgenomen (zowel voor haarzelf en haar lezer).

Ze bewonderde de eenvoudige, huiselijke stijl van de vroege Vlaamse schilders zoals Breughel, een smaak die wordt weerspiegeld in het interieur scènes zoals 'Nederlands' als de oogst avondmaal in Adam Bede, hoofdstuk 17, waarin ze het werk prijst van de zeventiende-eeuwse Nederlandse meesters.
Adam Bede toont Eliot de overtuiging dat kunst moeten zijn gebaseerd op het leven, niet op andere kunstwerken. Haar thema is dat geluk de beloning is van het leven zoals tolerantie, mededogen en begrip, en dat overmoedige ambitie, onnadenkendheid over het welzijn van anderen, en hebzucht zo’n geluk niet met zich meebrengen.

Door haar plots en personages predikt Eliot dat werken alleen voor zelfbevrediging is en gevaarlijk voor de geest, omdat het zich verzet tegen het leren van ervaringen en het ontwikkelen van een karakter. In haar verhalen bestudeert ze de impact van het milieu, de sociale omgeving, het individu. Ze streeft ernaar om haar instellingen meer realistisch en geloofwaardig te maken door middel van sprekende details en dialect.

Eliots stijl is typisch Victoriaans, met lange zinnen en uitvoerige beschrijvingen van situaties en landschappen, maar kenmerkt zich door een vlijmscherp psychologisch inzicht. Met name Middlemarch, Daniel Deronda en The Mill on the Floss worden gerekend tot absolute hoogtepunten uit de Britse literatuur van de 19e eeuw.

Op 6 mei 1880 trouwde ze met de Amerikaanse bankier John Cross, die 20 jaar jonger was dan zij. In de huwelijksnacht in Venetië sprong hij van het balkon in het Canal Grande, zo wordt verteld. In 1882 schreef hij over haar een biografie, die in 1882 verscheen.

Ze overleed op 22 december 1880 in Londen aan nierfalen en ligt begraven op de Highgate Cemetery in Londen. george_elliot-steen

Haar meest geciteerde uitspraak is: It is never too late to be what you might have been (Het is nooit te laat om te zijn wat je had kunnen zijn).

Haar werken;
•    Adam Bede, 1859
•    The Mill on the Floss, 1860
•    Silas Marner, 1861
•    Romola, 1863
•    Felix Holt, the Radical, 1866
•    Middlemarch, 1871–72
•    Daniel Deronda, 1876